Uitgebreide Gezondheidscheck
Ons breedste panel: CBC, schildklier, vitaminen, lipiden, lever, nieren en HbA1c.
Non-HDL-cholesterol is uw totaal cholesterol min uw HDL, en dat ene getal bevat de cholesterol uit alle deeltjes die zich in een vaatwand kunnen vastzetten. De betekenis van non-HDL-cholesterol verschilt per levensfase. Vóór de overgang ligt uw waarde gemiddeld gunstiger dan die van een man van dezelfde leeftijd, doordat oestrogeen uw HDL hoog houdt. Zakt die oestrogeenproductie, dan schuift het hele lipidenprofiel mee: non-HDL, LDL en ApoB lopen samen op, ook wanneer u niets aan uw leefstijl heeft veranderd. Dat is fysiologie en geen gebrek aan discipline. De 3,3 mmol/l op uw uitslag is een bovengrens van de bevolking en geen doel; wat voor u een normale non-HDL-cholesterolwaarde is, hangt af van uw risicoprofiel.
Beoordeling door arts inbegrepen
| Uitslag | Waarde (mmol/l) |
|---|---|
| Normaal | < 3,9 |
| Verhoogd | ≥ 3,9 |
Non-HDL-cholesterol wordt berekend als totaal cholesterol min HDL-cholesterol en telt al het "slechte" (atherogene) cholesterol bij elkaar op. Omdat het niet gevoelig is voor nuchter zijn, kan het in niet-nuchter bloed worden bepaald, zoals wij het afnemen. De grens van 3,9 mmol/l is de afkapwaarde van de NHG-Standaard CVRM voor niet-nuchter bloed (80e percentiel). Welke waarde voor u wenselijk is, hangt af van uw totale risico op hart- en vaatziekten: is er een behandelindicatie, dan hanteert de NHG een lagere streefwaarde - < 3,4 mmol/l bij hoog risico en < 2,6 mmol/l bij zeer hoog risico (bijvoorbeeld na een hart- of vaatziekte). Bespreek uw uitslag met uw huisarts.
Bron: NHG Referentiepopulatie: Nederlandse volwassenen (niet-nuchter, 80e percentiel)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Non-HDL-cholesterol wordt nooit apart geprikt. Het laboratorium neemt uw totaal cholesterol en haalt daar uw HDL vanaf. Wat overblijft is de cholesterol die opgesloten zit in de deeltjes die een molecuul apolipoproteïne B dragen: LDL, IDL, VLDL, de restdeeltjes van de vetvertering en Lp(a). Stuk voor stuk deeltjes die cholesterol kunnen achterlaten in een vaatwand.
Omdat het om een aftreksom gaat, bepaalt uw HDL de uitkomst net zo hard als uw totaal. Daar zit precies het verschil tussen vrouwen en mannen. Oestrogeen houdt de HDL-productie op peil, en vrouwen in de vruchtbare jaren hebben daardoor gemiddeld een hoger HDL dan mannen van dezelfde leeftijd. Bij eenzelfde totaal cholesterol valt hun non-HDL dus lager uit.
Twee uitslagen met een totaal cholesterol van 6,0 mmol/l kunnen daardoor iets heel anders betekenen. Bij een HDL van 1,9 mmol/l blijft er 4,1 mmol/l non-HDL over; bij een HDL van 1,1 mmol/l is dat 4,9 mmol/l. Hetzelfde totaal, en bijna een hele millimol verschil in de belasting die er werkelijk toe doet.
Daarmee lost dit getal een misverstand op dat vrouwen vaker treft dan mannen. Een verhoogd totaal cholesterol kan bij een hoog HDL grotendeels uit beschermend cholesterol bestaan. Het totaal alleen kan die twee niet uit elkaar houden; non-HDL wel.
Non-HDL meet de vracht en niet het aantal deeltjes. Elk aderverkalkend deeltje draagt precies één molecuul apoB, dus ApoB telt de deeltjes zelf en is de zuiverdere maat wanneer beide getallen uiteenlopen. Meestal zeggen ze hetzelfde, en over de overgang heen bewegen ze samen omhoog. Non-HDL is de versie die gratis op elk lipidenprofiel staat.
Verder is dit een afgeleide waarde die niet stuk kan gaan. Er zit geen schatting in en nuchter zijn is niet nodig. Het berekende LDL op dezelfde uitslag is kwetsbaarder, want dat komt meestal uit een formule die uw triglyceriden meeweegt, en die schatting wordt onbruikbaar zodra de triglyceriden boven ongeveer 4,5 mmol/l uitkomen. Juist in situaties die bij vrouwen horen, zoals de combinatiepil, een zwangerschap of oestrogeen in tabletvorm, lopen de triglyceriden op. Dan is non-HDL het stevigste getal op de uitslag.
Een vrouw van begin vijftig eet zoals ze altijd at en beweegt zoals ze altijd bewoog, en ziet haar cholesterolwaarden toch oplopen. Dat is de vraag die rond deze bloedwaarde het vaakst wordt gesteld, en het antwoord is nuchterder dan het voelt: het lipidenprofiel verschuift in de overgang uit zichzelf.
Tot aan die overgang heeft u een streepje voor. Oestradiol houdt het HDL hoog en het LDL relatief laag, waardoor non-HDL en ApoB bij vrouwen jarenlang gunstiger liggen dan bij mannen van dezelfde leeftijd. Hart- en vaatziekten treffen vrouwen gemiddeld ongeveer tien jaar later. Dat voordeel wordt vaak gelezen als onkwetsbaarheid, maar het is uitstel en geen vrijstelling: hart- en vaatziekten blijven ook bij vrouwen een van de belangrijkste doodsoorzaken.
Wat er in de overgangsjaren gebeurt, is goed beschreven. Naarmate de oestradiolspiegel daalt, stijgen het totaal cholesterol, het LDL, ApoB en dus ook non-HDL. De steilste verschuiving valt in het jaar rond uw laatste menstruatie; daarvoor en daarna verloopt het geleidelijker. Tegelijk verschuift de vetverdeling naar de buik en neemt de gevoeligheid voor insuline af, wat de triglyceriden en de VLDL-deeltjes omhoog duwt. Die tellen allemaal mee in het non-HDL. Het getal loopt dus langs twee routes tegelijk op, terwijl u niets anders bent gaan doen.
Hormonen die u van buitenaf krijgt doen er ook iets mee, en de toedieningsvorm doet ertoe. Oestrogeen dat u slikt, passeert eerst de lever en verandert daar de aanmaak van lipoproteïnen; oestrogeen via de huid slaat die leverpassage grotendeels over.
| Situatie | Triglyceriden | Effect op non-HDL | Waar u op let |
|---|---|---|---|
| Combinatiepil | hoger | wisselend, afhankelijk van het gebruikte progestageen | vergelijk een uitslag mét pil niet één op één met een uitslag zonder |
| Oestrogeen in tabletvorm in de overgang | hoger | meestal iets lager, doordat het LDL daalt | een vriendelijker getal is een bijwerking en geen behandeldoel |
| Oestrogeen via pleister of gel | nauwelijks veranderd | weinig verandering | de eerste leverpassage wordt overgeslagen |
| Zwangerschap en borstvoeding | fors hoger | fysiologisch verhoogd | geen moment om te beoordelen; wacht tot enkele maanden erna |
Hormoontherapie wordt voorgeschreven voor overgangsklachten en niet voor uw cholesterol. Dat het lipidenprofiel meebeweegt is bijvangst, en het is geen argument om zelf met een middel te beginnen of ermee te stoppen. Die afweging maakt uw arts samen met u.
Dan de vergelijking die bijna iedereen thuis maakt: uw getal naast dat van uw partner. Die vergelijking houdt geen stand, en wel in twee richtingen. SCORE2, het Europese risicomodel dat sinds 2021 het tienjaarsrisico op hart- en vaatziekten schat, rekent met leeftijd, geslacht, roken, bovendruk en non-HDL-cholesterol, en gebruikt voor vrouwen en mannen aparte risicofuncties. Dezelfde 3,4 mmol/l staat bij een vrouw van 55 dus voor een ander absoluut risico dan bij een man van 55.
De streefwaarden zelf zijn daarentegen niet naar geslacht verdeeld. Die horen bij uw risicocategorie: onder 2,2 mmol/l bij zeer hoog risico, onder 2,6 bij hoog en onder 3,4 bij matig risico, steeds 0,8 mmol/l boven de bijbehorende LDL-streefwaarde. Een lager getal dan uw partner zegt op zichzelf dus niets over uw eigen doel, en een gelijk getal evenmin. U wordt allebei aan uw eigen profiel gemeten.
Daarmee is de 3,3 mmol/l op uw uitslag het meest misgelezen getal van het hele lipidenprofiel. Het beschrijft wat in de bevolking gebruikelijk is, niet wat voor u wenselijk is. Voor de ene vrouw is 3,3 volkomen in orde, voor de andere ligt het duidelijk boven haar doel, terwijl de uitslag in beide gevallen exact hetzelfde toont en niets als afwijkend markeert. Welke categorie op u van toepassing is, hangt af van uw leeftijd, bloeddruk, roken, glucose, familiegeschiedenis en een eventuele eerdere hart- of vaatziekte, en dat weegt uw arts.
Fysiologisch betekent tot slot niet onbelangrijk. Dat de stijging bij de overgang hoort, maakt de deeltjesbelasting erachter niet minder echt. Het maakt deze levensfase juist een logisch moment om uw LDL, uw bloeddruk en uw glucose in samenhang te bekijken in plaats van één getal te beoordelen.
Non-HDL staat automatisch op elk lipidenprofiel, want het is niets anders dan twee waarden die er toch al op staan van elkaar afgetrokken. Nuchter komen hoeft niet: alleen de triglyceriden reageren echt op een maaltijd, en die waarde valt buiten de aftreksom.
Wel is het handig te weten dat uw cyclus meebeweegt. Cholesterolwaarden schommelen licht mee met de oestradiolspiegel, in de orde van enkele procenten. Dat keert geen uitslag om, maar wie zijn waarde over de jaren volgt, kan beter steeds op een vergelijkbaar moment in de cyclus prikken en steeds hetzelfde laboratorium aanhouden.
Welke vraag zinvol is, hangt vooral af van waar u in uw hormonale levensloop staat.
| Levensfase | Wat er meestal met non-HDL gebeurt | Wanneer meten zinvol is |
|---|---|---|
| Vruchtbare jaren, regelmatige cyclus | tamelijk stabiel en gemiddeld lager dan bij mannen van dezelfde leeftijd, doordat oestrogeen het HDL hoog houdt | eens per paar jaar; kies een vergelijkbaar moment in uw cyclus |
| Perimenopauze, cyclus wordt onregelmatig | begint te stijgen, samen met LDL en ApoB; het steilste deel valt rond de laatste menstruatie | een uitgangswaarde vastleggen en na één tot twee jaar herhalen |
| Postmenopauze | blijft op een structureel hoger niveau liggen; het verschil met mannen van dezelfde leeftijd is grotendeels verdwenen | periodiek, en samen met bloeddruk en glucose beoordelen |
| Zwangerschap en borstvoeding | stijgt fors, en dat hoort erbij | geen moment om te beoordelen; wacht tot enkele maanden erna |
Prik niet tijdens of vlak na een acute ziekte, een operatie of een stevige infectie. De cholesterolwaarden zakken in zo'n periode wekenlang, waardoor de uitslag onder uw gebruikelijke niveau uitkomt. Een paar weken na herstel is vroeg genoeg.
Eén bepaling blijft bovendien een momentopname. Van dag tot dag schommelen totaal cholesterol en LDL met zo'n vijf tot tien procent, en de triglyceriden met twintig tot vijfentwintig procent. Een verschuiving van 0,2 mmol/l tussen twee uitslagen is dus ruis en zeker geen trend.
Is uw non-HDL onverwacht hoog, kijk dan eerst of er iets onder ligt voordat u naar uw eetpatroon wijst. Schildklieraandoeningen komen bij vrouwen een veelvoud vaker voor dan bij mannen, en een traag werkende schildklier verhoogt het LDL, dus laat uw TSH meelopen. Ook een ontregelde bloedsuiker, nier- en leveraandoeningen, galstuwing, fors alcoholgebruik en een reeks medicijnen kunnen een lipidenprofiel verstoren. Dat hoort thuis in een gesprek met uw arts.
Een laag non-HDL geeft geen enkele klacht en is in de regel gunstig: er circuleert dan weinig cholesterol in de deeltjes die zich in een vaatwand kunnen vastzetten. Het laboratorium hanteert voor deze waarde alleen een bovengrens, dus er bestaat geen ondergrens waar u naartoe zou moeten werken.
Er is één zorg die bij vrouwen telkens terugkomt en die het benoemen waard is. Cholesterol is inderdaad de grondstof waaruit uw lichaam oestrogeen, progesteron en testosteron opbouwt, maar een laag cholesterolgehalte in het bloed betekent niet dat die aanmaak stilvalt. Hoe het met uw hormoonproductie gaat, leest u af aan uw hormoonwaarden en aan uw cyclus, niet aan uw lipidenprofiel. Bij wie cholesterolverlagende medicatie gebruikt, is een lage waarde bovendien precies de bedoeling.
Valt de uitslag opvallend laag uit, dan verdient dat wel context. Zeer lage cholesterolwaarden passen onder meer bij een te snel werkende schildklier, die bij vrouwen aanzienlijk vaker voorkomt, bij coeliakie en andere aandoeningen waarbij de vetopname tekortschiet, en bij leverziekte. Leg zo'n uitslag samen met uw arts naast uw overige bloedwaarden en uw klachten, in plaats van er zelf een conclusie aan te verbinden.
Een verhoogd non-HDL merkt u niet. Er is geen hoofdpijn, geen vermoeidheid en geen enkel gevoel dat bij dit getal hoort; het aderverkalkende proces verloopt jarenlang volkomen geruisloos.
Voor vrouwen zit daar een extra valkuil in. Het idee dat u tot de overgang beschermd bent klopt in grote lijnen, maar die bescherming loopt af zonder dat u er iets van voelt. De stijging van non-HDL, LDL en ApoB in de overgangsjaren kondigt zich met geen enkele klacht aan, en uw uitslag is de enige plek waar u haar ziet aankomen.
Klachten die wél serieus zijn, horen los van deze bloedwaarde te worden beoordeeld. Druk of pijn op de borst, kortademigheid die niet bij uw inspanning past, ongewone vermoeidheid, misselijkheid of pijn tussen de schouderbladen worden bij vrouwen minder vaak herkend als hartklachten dan bij mannen. Ze horen bij een arts, en snel, en ze zijn nooit iets om zelf met een cholesterolwaarde uit te zoeken.
Ligt uw waarde fors boven de bovengrens, zeker als dat op jongere leeftijd al zo was of als hoge cholesterolwaarden in uw familie voorkomen, dan is dat een reden voor een gesprek met uw arts en niet voor een eigen conclusie.
De knoppen veranderen in de overgang niet, het vertrekpunt verandert. Dezelfde gewoonten leveren daarna wat minder op dan ervoor, en dat is een verschuiving in uw fysiologie en geen oordeel over uw inzet.
Non-HDL bevat zowel het LDL-deel als het triglyceridenrijke deel van uw profiel, dus er zijn twee aangrijpingspunten. Aan de eerste kant telt vooral de kwaliteit van het vet: verzadigd vet vervangen door onverzadigd vet verlaagt het LDL en daarmee het non-HDL. Oplosbare vezels uit haver, gerst, peulvruchten, groente en fruit binden galzuren in de darm en werken dezelfde kant op.
Aan de tweede kant staan de triglyceriden, en juist die kant wordt na de menopauze belangrijker doordat de vetverdeling naar de buik verschuift en de insulinegevoeligheid afneemt. Minder alcohol en minder snelle suikers werken hier rechtstreeks door. Krachttraining verdient in deze levensfase een aparte vermelding: spiermassa neemt na de overgang sneller af, en het behoud ervan helpt uw glucosehuishouding, terwijl duurbeweging de triglyceriden drukt. Niet roken hoort er onverkort bij, want roken verlaagt het HDL en beschadigt de vaatwand, zodat dezelfde deeltjesbelasting meer schade aanricht.
Zoek bij een onverwacht hoge waarde eerst naar een oorzaak buiten uw leefstijl. Een traag werkende schildklier is bij vrouwen de meest gemiste verklaring, en ook een ontregelde bloedsuiker, nier- of leverziekte en bepaalde medicijnen kunnen een profiel behoorlijk optillen. Een HbA1c en een TSH op dezelfde aanvraag besparen veel giswerk.
Hormoontherapie is tot slot geen cholesterolbehandeling. Begin er niet mee en stop er niet mee op grond van een uitslag die u zelf heeft besteld, en verander evenmin op eigen initiatief iets aan andere voorgeschreven medicatie. Kijk naar de streefwaarde die bij uw risicoprofiel hoort in plaats van naar de 3,3 op het papier, en jaag geen verschillen van 0,2 mmol/l na.
Omdat de daling van oestradiol het lipidenprofiel zelf verschuift. Het LDL, ApoB en daarmee het non-HDL lopen op, met de steilste beweging in het jaar rond uw laatste menstruatie. Tegelijk verschuift de vetverdeling naar de buik en neemt de insulinegevoeligheid af, wat de triglyceriden en de VLDL-deeltjes verhoogt. Beide routes tellen mee in non-HDL. Uw leefstijl verklaart die stijging dus niet, en uw discipline evenmin.
3,3 mmol/l is de bovengrens van het referentie-interval en beschrijft dus wat gebruikelijk is, niet wat wenselijk is. Wat voor u normaal is, hangt van uw risicocategorie af: onder 3,4 mmol/l bij matig risico, onder 2,6 bij hoog en onder 2,2 bij zeer hoog risico. Dezelfde 3,3 kan bij de ene vrouw prima zijn en bij de andere duidelijk boven haar doel liggen.
Nee, en die vergelijking helpt u geen van beiden. SCORE2 gebruikt aparte risicofuncties voor vrouwen en mannen, dus hetzelfde non-HDL op dezelfde leeftijd levert een ander geschat tienjaarsrisico op. De streefwaarden zijn juist níét naar geslacht verdeeld: die horen bij uw risicocategorie. U wordt allebei aan uw eigen profiel gemeten en niet aan elkaar.
De combinatiepil verandert het lipidenprofiel, maar de richting hangt af van het preparaat. Het oestrogeen verhoogt de triglyceriden, en het progestageen bepaalt grotendeels wat er met HDL en LDL gebeurt. Het netto-effect op non-HDL is daardoor wisselend en meestal klein. Vergelijk een uitslag onder de pil niet één op één met een uitslag zonder, en vermeld bij de bespreking welk middel u gebruikt.
Oestrogeen in tabletvorm passeert eerst de lever, verlaagt het LDL en daarmee meestal ook het non-HDL, en verhoogt tegelijk de triglyceriden. Via een pleister of gel is dat effect veel kleiner. Hormoontherapie wordt echter voorgeschreven voor overgangsklachten en niet voor uw cholesterol; een gunstiger lipidengetal is bijvangst. Of het bij u past, weegt uw arts samen met u af.
Voor een eenmalige beoordeling nauwelijks. Cholesterolwaarden schommelen licht mee met de oestradiolspiegel over de cyclus, in de orde van enkele procenten, en dat is kleiner dan het verschil dat nodig is om iets te betekenen. Volgt u uw non-HDL over de jaren, prik dan wel steeds op een vergelijkbaar moment in uw cyclus en bij hetzelfde laboratorium.
Voeg ons toe als voorkeursbron. Google laat onze artikelen dan vaker zien in je zoekresultaten en in AI-overzichten. Je kunt dit op elk moment weer uitzetten.
Dat lukte niet. Probeer het opnieuw.
Deze panelen meten waarden uit dezelfde categorie als deze marker.
Ons breedste panel: CBC, schildklier, vitaminen, lipiden, lever, nieren en HbA1c.
Belangrijke gezondheidsmarkers: CBC, lipiden en Vitamine D.
LDL, HDL, en Triglyceriden: je cardiovasculaire risicomarkers.
Medisch adviseur
Dr. Naimi ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen.
Medisch beleidBeoordeling door arts inbegrepen
Elk resultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten.
Privacybeleid