Ga naar hoofdinhoud
Your session has expired. Reloading...
Terug naar Blog
Menopauze & overgang

Botontkalking na de overgang: risico en testen

L
Lunarahealth
10 min lezen
Vrouw wandelt in de buitenlucht in het daglicht.
Vrouw wandelt in de buitenlucht in het daglicht.

Een lichte struikeling op de stoeprand, een hand die je opvangt, en toch een gebroken pols. Voor veel vrouwen is zo'n breuk het eerste teken dat hun botten zwakker zijn geworden. Dat is het stille van botontkalking: je voelt het niet aankomen.

Dit is het overzichtsartikel van onze postmenopauze-serie. Mijn overtuiging: botgezondheid verdient aandacht vóór er iets breekt, niet erna. Juist in de jaren rond de overgang kun je er het meeste aan doen. Hieronder lees je waarom botverlies na de menopauze versnelt, welke risicofactoren meespelen, welke waarden inzicht geven en wat je zelf kunt doen.

Waarom versnelt botverlies na de menopauze?

Botverlies versnelt na de menopauze vooral doordat oestrogeen sterk daalt. Oestrogeen helpt je botten op peil te houden door botafbraak af te remmen. Valt die rem weg, dan gaat de afbraak harder dan de opbouw, en daalt je botdichtheid.

Je bot is geen dood materiaal, maar leeft. Het wordt je hele leven door voortdurend afgebroken en opnieuw opgebouwd. Voor de menopauze houden afbraak en opbouw elkaar redelijk in evenwicht. Na de menopauze verschuift die balans, en kan het netto botverlies een aantal jaren versneld doorgaan. Daarna vlakt het meestal weer wat af.

Wat is osteoporose precies?

Osteoporose, of botontkalking, betekent dat je botten poreuzer en zwakker worden, waardoor ze sneller breken. Het is geen ziekte met directe klachten, maar een sluipend proces. Vaak komt het pas aan het licht bij een breuk na een kleine val.

Er is een tussenstap die osteopenie heet, een mildere afname van de botdichtheid. Niet iedereen met osteopenie krijgt osteoporose, maar het kan een vroeg signaal zijn. De diagnose osteoporose stel je niet met een bloedtest, maar met een botdichtheidsmeting (een DEXA-scan) via de huisarts of specialist. Bloedwaarden zeggen iets over je risico en over factoren die het bot beïnvloeden, niet over de botdichtheid zelf.

Welke risicofactoren spelen mee?

Het risico op botontkalking hangt af van meer dan alleen de menopauze. Sommige factoren liggen vast, zoals je leeftijd en erfelijkheid. Andere kun je deels beïnvloeden, zoals beweging, voeding en roken.

RisicofactorTypeWat je kunt doen
Vroege menopauze (voor je 45e)Niet te veranderenBespreek extra controle met je huisarts
Botbreuk of osteoporose in de familieNiet te veranderenMeld dit bij je huisarts voor risico-inschatting
Laag lichaamsgewicht of tenger postuurDeels te beïnvloedenVoldoende eten, kracht opbouwen
Roken en stevig alcoholgebruikTe beïnvloedenStoppen met roken, matig met alcohol
Weinig belasting van de bottenTe beïnvloedenWandelen, traplopen, krachttraining
Langdurig corticosteroïdenMedisch bepaaldBespreek botbescherming met je arts

Herken je meerdere van deze punten, dan is het zinvol om je risico met je huisarts te bespreken. De NHG-Standaard Fractuurpreventie beschrijft hoe artsen dat risico in Nederland wegen en wanneer een botdichtheidsmeting nodig is.

Welke bloedwaarden geven inzicht?

Een bloedtest stelt geen osteoporose vast, maar laat wel zien of de bouwstenen voor je bot op orde zijn. Vooral vitamine D en calcium spelen daarin een rol. Een tekort kan botafbraak in de hand werken.

WaardeWat het laat zienWaarom het meespeelt
Vitamine D (25-OH)Je vitamine D-voorraadVitamine D helpt calcium opnemen uit voeding
CalciumHet calciumgehalte in je bloedCalcium is een belangrijke bouwsteen van bot

Een laag vitamine D komt in Nederland vaak voor, zeker in de winter. Het RIVM houdt de vitamine D-status van de Nederlandse bevolking in de gaten en ziet dat een deel van de volwassenen onder de aanbevolen waarde zit. Omdat vitamine D nodig is om calcium goed op te nemen, kan een tekort indirect het bot belasten. De Gezondheidsraad adviseert vrouwen vanaf 50 jaar daarom dagelijks extra vitamine D.

Wil je deze waarden laten meten? De Menopauze Check brengt onder andere je vitamine D en calcium in beeld, samen met de hormonen die rond de overgang spelen. Een afwijkende uitslag bespreek je daarna met je huisarts.

Wat zeggen jouw vitamine D-waarden?

Een vitamine D-uitslag krijg je doorgaans in nanomol per liter (nmol/L). De Gezondheidsraad hanteert ongeveer 30 nmol/L als ondergrens voor volwassenen tot 70 jaar, en 50 nmol/L voor wie ouder is of tot een risicogroep behoort. Een waarde daaronder kan wijzen op een tekort, maar wat een gezonde waarde is voor jou hangt af van je leeftijd, je huidskleur en het seizoen. Onderstaande indeling is een hulpmiddel, geen diagnose: een afwijkende uitslag bespreek je met je huisarts.

Vitamine D (25-OH)Wat het globaal kan betekenenMogelijke vervolgstap
Onder 30 nmol/LMogelijk tekortBespreek aanvulling met je huisarts
30 tot 50 nmol/LLaag-normaal, afhankelijk van leeftijdLet op inname, zeker vanaf 50 jaar
50 nmol/L of hogerDoorgaans voldoendeOnderhoud via voeding, zon en advies

Een normale calcium- en vitamine D-uitslag betekent niet automatisch dat je botten sterk zijn: het zegt iets over de bouwstenen, niet over de botdichtheid zelf. Andersom geldt ook dat een laag vitamine D op zichzelf nog geen osteoporose betekent. Het is een puzzelstuk in een groter beeld, naast je leeftijd, je risicofactoren en eventueel een DEXA-scan.

Wat kun je zelf doen voor je botten?

Botverlies hoort deels bij de overgang, maar je hebt zelf invloed op een flink deel van je risico. Beweging en voeding zijn daarbij de eerste stappen. Ze vervangen geen behandeling, maar ondersteunen je botten wel.

  • Regelmatig bewegen met belasting, zoals wandelen, traplopen of krachttraining
  • Genoeg calcium binnenkrijgen via voeding, bijvoorbeeld zuivel of verrijkte alternatieven, volgens het Voedingscentrum
  • Extra vitamine D, zeker vanaf 50 jaar en in de winter, volgens advies van de Gezondheidsraad
  • Stoppen met roken en matig zijn met alcohol

Goede voeding en beweging verlagen je risico, maar geven geen garantie. Bij een verhoogd risico of na een breuk kan medicatie nodig zijn. Wat voor jou past, bepaal je samen met je huisarts.

Welke beweging helpt het meest voor je botten?

Niet alle beweging heeft hetzelfde effect op je botten. Je botten worden sterker door belasting, dat wil zeggen door oefeningen waarbij je je eigen lichaamsgewicht of extra weerstand draagt. Zwemsport en fietsen zijn goed voor je conditie en gewrichten, maar geven relatief weinig botbelasting. De volgende vormen helpen je botten het meest:

  • Botbelastende oefeningen: wandelen, traplopen, hiken en joggen. Je draagt je eigen gewicht en zet druk op je botten bij elke stap.
  • Krachttraining: met vrije gewichten, weerstandsbanden of op apparaten. Spierkracht ondersteunt je botten en vermindert valrisico.
  • Balansoefeningen: yoga, tai chi of simpelweg op een been staan. Betere balans betekent minder kans op vallen, en daarmee minder kans op een breuk.

De NHG-Standaard Fractuurpreventie en Thuisarts.nl benoemen bewegen als een van de concrete stappen om botgezondheid te ondersteunen. Je hoeft niet meteen te beginnen met intensieve krachttraining: regelmatig wandelen en traplopen is al een goede start. Bouw het stap voor stap op, bij voorkeur in overleg met je huisarts of een fysiotherapeut als je herstelperiode of beperkingen meespeelt.

Calcium en vitamine D in het dagelijks leven

Veel vrouwen denken bij botten meteen aan supplementen, maar het begint bij je voeding. Het Voedingscentrum gaat voor volwassen vrouwen uit van ongeveer 1000 tot 1200 milligram calcium per dag, afhankelijk van je leeftijd. Dat haal je doorgaans uit drie tot vier porties zuivel of verrijkte plantaardige alternatieven, aangevuld met groene groenten, noten en peulvruchten.

Vitamine D ligt anders. Je maakt het vooral aan onder invloed van zonlicht op je huid, en in de Nederlandse winter is dat onvoldoende. Daarom adviseert de Gezondheidsraad vrouwen vanaf 50 jaar dagelijks 10 microgram vitamine D als supplement, en bij weinig zonlicht of een donkere huidskleur soms meer. Het RIVM ziet in bevolkingsonderzoek dat een deel van de volwassenen onder de aanbevolen vitamine D-status zit, zeker in de wintermaanden.

Een paar praktische aandachtspunten:

  • Calcium uit voeding heeft de voorkeur boven hoge doses supplementen; bespreek aanvulling met je huisarts of apotheker
  • Vitamine D neem je het hele jaar door, niet alleen in de winter, als je tot de adviesgroep hoort
  • Te veel calcium via supplementen is niet zonder meer beter; meer is hier niet vanzelf beter

Botten en hart: twee kanten van hetzelfde verhaal

Het wegvallen van oestrogeen raakt niet alleen je botten. Hetzelfde dalende oestrogeen verandert na de menopauze ook je cholesterol en je bloedvaten, waardoor je hart- en vaatrisico geleidelijk stijgt. Dat maakt de jaren na de overgang een natuurlijk moment om breder naar je gezondheid te kijken, niet alleen naar één orgaan.

De Hartstichting wijst erop dat vrouwen na de overgang een inhaalslag maken in hart- en vaatrisico ten opzichte van mannen. Het loont dus om botgezondheid en hartgezondheid in samenhang te zien. Lees ons artikel over cholesterol en hartgezondheid na de menopauze voor de andere kant van dit verhaal.

Waarom een eerste breuk extra aandacht verdient

Een breuk na een kleine val is meer dan pech: het kan een eerste teken zijn dat je botten zwakker zijn geworden. Na zo'n breuk is het risico op een volgende breuk hoger. Daarom adviseert de NHG-Standaard Fractuurpreventie om na een botbreuk boven een bepaalde leeftijd je risico in kaart te brengen, soms met een botdichtheidsmeting.

Het vervelende is dat osteoporose tot die eerste breuk geen klachten geeft. Er is geen pijn, geen waarschuwing, geen moment waarop je lichaam aan de bel trekt. Dat maakt het verleidelijk om er pas aandacht aan te besteden als het misgaat. Mijn pleidooi is het omgekeerde: gebruik de jaren rond en na de overgang om te weten waar je staat, juist omdat je dan nog het meeste kunt sturen.

Een bloedtest stelt geen osteoporose vast, maar geeft je wel een eerste, onderbouwd beeld van je vitamine D en calcium. In combinatie met je risicoprofiel, dat je samen met je huisarts opmaakt, vormt dat een logisch startpunt. Heb je meerdere risicofactoren, een vroege menopauze of een eerdere breuk, dan is een gesprek met je huisarts over een eventuele DEXA-scan zinvol.

Hoe Lunara hierin past

De waarde van een bloedtest zit niet in het getal alleen, maar in wat je ermee doet. Bij Lunara prik je zonder verwijzing, op een ochtend die jou uitkomt, bij een locatie in de buurt. Je krijgt je uitslag digitaal, met per waarde een beoordeling van een BIG-geregistreerde arts. Voor je botgezondheid betekent dat: je weet niet alleen of je vitamine D laag is, maar ook of dat in jouw situatie om actie vraagt, en welke vervolgstap logisch is.

Wat Lunara niet doet, is een diagnose stellen of behandelen. Dat hoort thuis bij je huisarts of specialist, met de juiste context en eventueel een DEXA-scan. Zie je uitslag dus als een goed geïnformeerd vertrekpunt voor dat gesprek, niet als een eindstation.

Wil je eerst het bredere plaatje van wat er na de overgang verandert? Lees dan ons artikel over wat er na de overgang gebeurt. Voor het hele plaatje van de overgang zelf is er onze pillar over de perimenopauze, symptomen en oplossingen.

Botten testen via Lunara: zo werkt het

Je hebt voor deze bloedwaarden geen verwijzing van de huisarts nodig. Je bestelt online, plant een afspraak bij een priklocatie bij jou in de buurt en laat in de ochtend bloed afnemen. Je ontvangt je uitslag digitaal, doorgaans binnen enkele werkdagen.

Elk resultaat krijgt context van een BIG-geregistreerde arts, per waarde. Zo weet je niet alleen wat je vitamine D of calcium is, maar ook wat dat in jouw situatie kan betekenen. Voor de botdichtheid zelf blijft een DEXA-scan via de huisarts of specialist nodig.

Veelgestelde vragen

Kun je botontkalking met een bloedtest vaststellen?

Nee. Osteoporose stel je vast met een botdichtheidsmeting (DEXA-scan), niet met bloed. Een bloedtest laat wel zien of bouwstenen zoals vitamine D en calcium op orde zijn, wat iets zegt over je risico.

Hoeveel botdichtheid verlies je na de menopauze?

Dat verschilt per persoon. In de eerste jaren na de menopauze kan het verlies relatief snel gaan, daarna vlakt het meestal wat af. Je risico hangt af van meer factoren dan alleen de menopauze.

Wanneer is een botdichtheidsmeting zinvol?

Dat hangt af van je risicoprofiel. Heb je meerdere risicofactoren of een eerdere breuk, dan kan je huisarts een meting overwegen. De NHG-Standaard Fractuurpreventie helpt artsen die afweging te maken.

L

Auteur

Lunarahealth

Dr. Naimi, BIG-geregistreerde arts, ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen. Lees ons medisch beleid

Gerelateerde testen

Gerelateerde berichten