Volledig Metabool Onderzoek
Uitgebreid metabool panel: elektrolyten, nieren, lever, glucose, HbA1c en eiwit.
Een calcium bloedonderzoek vertelt u hoeveel calcium er in totaal in uw bloed zit, bij volwassenen 2,18 tot 2,55 mmol/l. Dat bereik komt uit de Nederlandse NUMBER-studie naar 7,6 miljoen huisartsuitslagen; referentiewaarden verschillen per laboratorium, dus de grenzen op uw eigen uitslag zijn leidend. In de zwangerschap daalt albumine, waardoor het totale calcium laag kan lijken terwijl het actieve calcium stabiel blijft. Na de overgang zegt een normale waarde niets over uw botdichtheid, en te veel vitamine D of calciumcarbonaat kan het calcium verhogen. Een afwijkende uitslag leest de huisarts samen met albumine, PTH en vitamine D.
Beoordeling door arts inbegrepen
Bekijk de waarde die voor jou geldt:
Kies man of vrouw — dit bereik verschilt per geslacht.
Vul je leeftijd in — dit bereik verandert met de leeftijd.
Dit bereik hangt ook af van bijvoorbeeld cyclusfase of afnamemateriaal; de gemarkeerde rijen gelden voor jouw groep.
| Leeftijd | Referentiewaarde (mmol/l) | Verhouding op schaal |
|---|---|---|
| 6–12 jaar | 2,29–2,56 mmol/l |
2,29
2,56
|
| 13–18 jaar | 2,23–2,57 mmol/l |
2,23
2,57
|
| 19 jaar en ouder | 2,18–2,55 mmol/l |
2,18
2,55
|
Bron: NVKC Referentiepopulatie: Nederlandse huisartsenpopulatie (NUMBER, n=7.574.327)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Check je eigen waardeHet bloedonderzoek meet het totale calcium in het bloed, in mmol/l. Dat totaal bestaat uit drie delen: ongeveer 45 procent is gebonden aan eiwitten, vooral aan albumine, nog eens 45 procent is vrij of geïoniseerd calcium, de actieve vorm, en de overige 10 procent is gebonden aan andere kleine moleculen.
Omdat bijna de helft aan albumine vastzit, volgt het totale calcium het albuminegehalte: daalt albumine, dan daalt het gemeten totaal mee, terwijl het vrije calcium normaal kan blijven. Daarom rekenen laboratoria soms een gecorrigeerd calcium uit. Per 10 g/l albumine onder de 40 g/l ligt het totale calcium ongeveer 0,2 mmol/l lager, en een veelgebruikte formule is gecorrigeerd calcium = gemeten calcium + 0,02 x (40 - albumine in g/l), met per laboratorium iets verschillende constanten. Studies laten zien dat die formule de calciumstatus vaak verkeerd indeelt, vooral bij albumine onder 30 g/l; geïoniseerd calcium is dan de betere meting, en volgens de NVKC ligt dat in veneus bloed tussen 1,15 en 1,33 mmol/l.
Voor volwassenen geeft de NUMBER-studie 2,18 tot 2,55 mmol/l, de NVKC noemt 2,10 tot 2,55 mmol/l, en het laboratorium dat deze test uitvoert drukt 2,15 tot 2,55 mmol/l op uw uitslag af. De grenzen op uw eigen uitslag zijn leidend.
Ook de bloedafname telt. Lang stuwen met de stuwband kan het totale calcium verhogen doordat het bloed plaatselijk indikt; binnen ongeveer een minuut is dat effect te verwaarlozen, en ook uw houding tijdens de afname verschuift de waarde, dus kort stuwen is het advies.
Het bijschildklierhormoon PTH en vitamine D houden calcium in het bloed binnen nauwe grenzen, en om die waarde stabiel te houden haalt het lichaam zo nodig calcium uit het bot. Een normale uitslag zegt daarom niets over uw botdichtheid.
In de zwangerschap verdunt het bloed, waardoor albumine daalt. Het totale calcium daalt mee en valt soms onder het referentiebereik, terwijl het geïoniseerde calcium stabiel blijft. Het voor albumine gecorrigeerde calcium stijgt in de zwangerschap juist kunstmatig. Beide gangbare getallen geven dan een vertekend beeld. Geïoniseerd calcium is tijdens de zwangerschap daarom de betere meting, en een laag totaal calcium betekent dan niet vanzelf dat het actieve calcium laag is.
Na de overgang kan botverlies optreden, maar het calcium in uw bloed laat dat niet zien; botdichtheid wordt gemeten met een DEXA-scan. Een overactieve bijschildklier, primaire hyperparathyreoïdie, komt drie tot vier keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Zij treft vooral vrouwen na de overgang, met een piek tussen 50 en 60 jaar. Is uw calcium na de overgang verhoogd, dan hoort daar een meting van PTH bij. Een uitslag alleen stelt geen diagnose; dat doet de huisarts met vervolgonderzoek.
Slikt u vitamine D of calcium als supplement, weet dan dat te veel vitamine D of calciumcarbonaat het calcium kan verhogen. Bespreek uw supplementen daarom met de huisarts, zeker bij een hoge uitslag. Verhoog een supplement nooit zelf op basis van een lage uitslag. Blijft uw calcium afwijken, dan is dat een reden om naar de huisarts te gaan. Die leest de uitslag samen met albumine, PTH, vitamine D, fosfaat, magnesium en de nierfunctie.
U kunt calcium laten meten bij klachten die passen bij een te laag of te hoog calcium, en een meting is ook zinvol als u vitamine D of calcium slikt of medicijnen gebruikt die het calcium verhogen of verlagen, zoals plastabletten, lithium en maagzuurremmers.
Welke meting het beste past, hangt af van uw levensfase. Voor de zwangerschap volstaat totaal calcium, gelezen samen met albumine, tegen het volwassenenbereik van 2,18 tot 2,55 mmol/l. Tijdens de zwangerschap is geïoniseerd calcium de betere meting. Albumine daalt dan, het totale calcium kan onder het bereik vallen en het gecorrigeerde calcium stijgt kunstmatig. Na de overgang volstaat totaal calcium weer, of geïoniseerd calcium als uw albumine onder 30 g/l ligt, omdat de albuminecorrectie bij een laag albumine vaak verkeerd indeelt.
Bij een laag calcium laat u ook magnesium meten. Een laag magnesium maakt het lichaam minder gevoelig voor PTH en kan de afgifte ervan blokkeren, zodat het calcium pas herstelt als het magnesium is gecorrigeerd. In het volledig metabool onderzoek zitten calcium, albumine en kreatinine bij elkaar in één afname. U bestelt online, zonder verwijzing van de huisarts. Het bloed wordt afgenomen op een partnerlocatie van een netwerk van onafhankelijke, gecertificeerde laboratoria, de uitslag volgt binnen ongeveer 120 uur, en een BIG-geregistreerde arts beoordeelt elke uitslag.
Een te laag calcium heet hypocalciëmie. Mogelijke klachten zijn tintelingen rond de mond of in de vingers, spierkrampen en buikkrampen, en bij een ernstig tekort kunnen spierspasmen optreden, ook wel tetanie genoemd.
Mogelijke oorzaken zijn te weinig PTH, een vitamine D-tekort, een magnesiumtekort en nierfalen; ook alvleesklierontsteking, alcohol en ondervoeding kunnen het calcium verlagen, net als lisdiuretica, maagzuurremmers, bisfosfonaten en denosumab. Een laag totaal calcium is niet altijd een echt tekort: bij een laag albumine lijkt het totaal laag terwijl het vrije calcium normaal is, en dat speelt ook in de zwangerschap, wanneer albumine door verdunning daalt. Geïoniseerd calcium is dan de betrouwbaardere meting. Bespreek aanhoudende klachten of een lage uitslag met uw huisarts.
Bij een teveel aan calcium spreken artsen van hypercalciëmie. Klachten zijn onder meer vermoeidheid, weinig eetlust, misselijkheid, braken en verstopping, en ook buikpijn, vaak plassen, dorst en nierstenen kunnen optreden; verder zijn botpijn, verwardheid, hartritmestoornissen en een hogere bloeddruk mogelijk.
Ongeveer 90 procent van de gevallen komt door een overactieve bijschildklier of door kanker, en die overactieve bijschildklier treft vooral vrouwen na de overgang. Andere oorzaken zijn te veel vitamine D, te veel calciumcarbonaat of maagzuurbinders, en plastabletten van het thiazidetype. Ook lithium, sarcoïdose en een te snel werkende schildklier kunnen het calcium verhogen, net als langdurige immobiliteit en een verminderde nierfunctie. Een uitslag alleen wijst geen oorzaak aan, en een aanhoudend hoog calcium is een reden om naar de huisarts te gaan.
Laag calcium verhoogt risico op osteoporose. Overweeg calcium en vitamine D suppletie.
Hoog calcium kan wijzen op hyperparathyreoïdie. Overweeg PTH-test.
Slikt u supplementen met vitamine D of calcium, noteer dan welke en bespreek ze met uw huisarts. Te veel vitamine D of calciumcarbonaat kan het calcium verhogen, en veel maagzuurbinders gebruiken kan dat ook. Verhoog nooit zelf een supplement om een lage uitslag op te vangen. In de zwangerschap is een laag totaal calcium niet vanzelf een tekort, omdat het geïoniseerde calcium dan stabiel blijft. Bespreek elk supplement met uw huisarts of verloskundige.
Wilt u na de overgang weten hoe het met uw botdichtheid staat, vraag uw huisarts dan naar een DEXA-scan, want het bloedcalcium laat dat niet zien. Gebruikt u plastabletten, lithium, maagzuurremmers of bisfosfonaten, noem ze dan als u de uitslag bespreekt, omdat ze het calcium kunnen verschuiven. Stop nooit zelf met een medicijn vanwege een calciumuitslag. Lang stuwen kan het totale calcium verhogen, dus u kunt de afnemer vragen de stuwband kort te laten zitten.
Ongeveer 45 procent van het calcium in uw bloed is gebonden aan eiwitten, vooral albumine, en nog eens 45 procent is vrij en actief. Daalt albumine, dan daalt het totale calcium mee, ongeveer 0,2 mmol/l per 10 g/l albumine onder de 40 g/l, terwijl het vrije calcium normaal kan zijn. Laboratoria corrigeren daarom soms voor albumine; bij albumine onder 30 g/l is geïoniseerd calcium betrouwbaarder.
Een laag calcium kan tintelingen rond de mond of in de vingers geven, en ook spierkrampen en buikkrampen passen erbij; bij een ernstig tekort kunnen spierspasmen ontstaan, tetanie genoemd. In de zwangerschap kan het totale calcium lager uitvallen zonder dat het actieve calcium daalt, en een laag magnesium kan een calciumtekort in stand houden. Bespreek klachten of een lage uitslag altijd met uw huisarts.
In de zwangerschap verdunt het bloed, waardoor het albumine daalt. Omdat een groot deel van het calcium aan albumine vastzit, daalt het totale calcium mee, soms tot onder het referentiebereik, terwijl het geïoniseerde, actieve calcium stabiel blijft. Het voor albumine gecorrigeerde calcium stijgt dan juist kunstmatig, dus geïoniseerd calcium is in de zwangerschap de betere meting.
Ja, te veel vitamine D of calciumcarbonaat kan het calcium in uw bloed verhogen, en te veel maagzuurbinders kan dat ook. Verhoog nooit zelf een supplement om een lage uitslag op te vangen, want in de zwangerschap is een laag totaal calcium niet vanzelf een tekort: het geïoniseerde calcium blijft dan stabiel. Bespreek elk supplement met uw huisarts of verloskundige.
Nee. Na de overgang kan botverlies optreden, maar de calciumwaarde in uw bloed laat dat niet zien, omdat het lichaam die waarde met PTH en vitamine D stabiel houdt en daarvoor zo nodig calcium uit het bot haalt. Een normale uitslag sluit botontkalking dus niet uit. Botdichtheid wordt gemeten met een DEXA-scan, die u via de huisarts kunt bespreken.
Een overactieve bijschildklier, primaire hyperparathyreoïdie, is buiten het ziekenhuis de belangrijkste oorzaak van een te hoog calcium. Die aandoening komt drie tot vier keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en treft vooral vrouwen na de overgang, met een piek tussen 50 en 60 jaar. Een hoge uitslag alleen stelt die diagnose niet; laat een aanhoudend hoog calcium beoordelen door uw huisarts, die onder meer naar PTH, albumine en de nierfunctie kijkt.
Voeg ons toe als voorkeursbron. Google laat onze artikelen dan vaker zien in je zoekresultaten en in AI-overzichten. Je kunt dit op elk moment weer uitzetten.
Dat lukte niet. Probeer het opnieuw.
Deze marker is opgenomen in de volgende testpanelen.
Uitgebreid metabool panel: elektrolyten, nieren, lever, glucose, HbA1c en eiwit.
Medisch adviseur
Dr. Naimi ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen.
Medisch beleidBeoordeling door arts inbegrepen
Elk resultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Calcium
€10,-
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten. Privacybeleid