Na de menopauze gaat botverlies sneller, omdat oestrogeen wegvalt. In de eerste vijf tot zeven jaar kun je tot ongeveer 20% van je botdichtheid verliezen (Santoro, 2016). Dat verloopt geleidelijk en zonder klachten, waardoor veel vrouwen het pas merken bij een botbreuk. Een paar bloedwaarden en je risicoprofiel geven samen een eerste richting.
Dit is het overzichtsartikel van onze postmenopauze-serie. Ik merk dat botgezondheid vaak pas ter sprake komt nadat er iets misgaat, terwijl je er juist in de jaren rond de overgang het meeste aan kunt doen. Hieronder lees je waarom botverlies na de menopauze versnelt, welke risicofactoren meespelen, welke waarden inzicht geven en wat je zelf kunt doen.
Waarom versnelt botverlies na de menopauze?
Botverlies versnelt na de menopauze vooral doordat oestrogeen sterk daalt. Oestrogeen helpt je botten op peil te houden door botafbraak af te remmen. Valt die rem weg, dan gaat de afbraak harder dan de opbouw, en daalt je botdichtheid.
Je bot is geen dood materiaal, maar leeft. Het wordt voortdurend afgebroken en opnieuw opgebouwd, je hele leven door.
Voor de menopauze houden afbraak en opbouw elkaar redelijk in evenwicht. Na de menopauze verschuift die balans, en kan het netto botverlies een aantal jaren versneld doorgaan. Daarna vlakt het meestal weer wat af.
Wat is osteoporose precies?
Osteoporose, of botontkalking, betekent dat je botten poreuzer en zwakker worden, waardoor ze sneller breken. Het is geen ziekte met directe klachten, maar een sluipend proces. Vaak komt het pas aan het licht bij een breuk na een kleine val.
Er is een tussenstap die osteopenie heet, een mildere afname van de botdichtheid. Niet iedereen met osteopenie krijgt osteoporose, maar het kan een vroeg signaal zijn.
De diagnose osteoporose stel je niet met een bloedtest, maar met een botdichtheidsmeting (een DEXA-scan) via de huisarts of specialist. Bloedwaarden zeggen iets over je risico en over factoren die het bot beïnvloeden, niet over de botdichtheid zelf.
Welke risicofactoren spelen mee?
Het risico op botontkalking hangt af van meer dan alleen de menopauze. Sommige factoren liggen vast, zoals je leeftijd en erfelijkheid. Andere kun je deels beïnvloeden, zoals beweging, voeding en roken.
Factoren die het risico kunnen verhogen:
- Een vroege menopauze (voor je 45e), waardoor oestrogeen eerder wegvalt
- Een botbreuk bij een ouder of zus, of osteoporose in de familie
- Een laag lichaamsgewicht of een tenger postuur
- Roken en stevig alcoholgebruik
- Weinig beweging, vooral weinig belasting van de botten
- Langdurig gebruik van bepaalde medicijnen, zoals corticosteroïden
Herken je meerdere van deze punten, dan is het zinvol om je risico met je huisarts te bespreken. De huisarts kan inschatten of een botdichtheidsmeting nodig is. De NHG-Standaard Fractuurpreventie beschrijft hoe artsen dat risico in Nederland wegen.
Welke bloedwaarden geven inzicht?
Een bloedtest stelt geen osteoporose vast, maar laat wel zien of de bouwstenen voor je bot op orde zijn. Vooral vitamine D en calcium spelen daarin een rol. Een tekort kan botafbraak in de hand werken.
| Waarde | Wat het laat zien | Waarom het meespeelt |
|---|---|---|
| Vitamine D (25-OH) | Je vitamine D-voorraad | Vitamine D helpt calcium opnemen uit voeding |
| Calcium | Het calciumgehalte in je bloed | Calcium is een belangrijke bouwsteen van bot |
Een laag vitamine D komt in Nederland vaak voor, zeker in de winter. Omdat vitamine D nodig is om calcium goed op te nemen, kan een tekort indirect het bot belasten. De Gezondheidsraad adviseert vrouwen vanaf 50 jaar daarom dagelijks extra vitamine D.
Wil je deze waarden laten meten? De Menopauze test kijkt onder andere naar de hormonen en waarden die rond de overgang spelen. Een afwijkende uitslag bespreek je daarna met je huisarts.
Wat kun je zelf doen voor je botten?
Botverlies hoort deels bij de overgang, maar je hebt zelf invloed op een flink deel van je risico. Beweging en voeding zijn daarbij de eerste stappen. Ze vervangen geen behandeling, maar ondersteunen je botten wel.
Wat volgens richtlijnen kan helpen:
- Regelmatig bewegen met belasting, zoals wandelen, traplopen of krachttraining
- Genoeg calcium binnenkrijgen via voeding, bijvoorbeeld zuivel of verrijkte alternatieven
- Extra vitamine D, zeker vanaf 50 jaar en in de winter, volgens advies van de Gezondheidsraad
- Stoppen met roken en matig zijn met alcohol
Goede voeding en beweging verlagen je risico, maar geven geen garantie. Bij een verhoogd risico of na een breuk kan medicatie nodig zijn. Wat voor jou past, bepaal je samen met je huisarts.
Wil je eerst het bredere plaatje van wat er na de overgang verandert? Lees dan ons artikel over wat er na de overgang gebeurt. Naast je botten verandert ook je hart- en vaatrisico, daarover lees je in ons artikel over cholesterol en hartgezondheid na de menopauze.
Botten testen via Lunara: zo werkt het
Je hebt voor deze bloedwaarden geen verwijzing van de huisarts nodig. Je bestelt online, plant een afspraak bij een priklocatie bij jou in de buurt en laat in de ochtend bloed afnemen. Je ontvangt je uitslag digitaal, doorgaans binnen enkele werkdagen.
Elk resultaat krijgt context van een BIG-geregistreerde arts, per waarde. Zo weet je niet alleen wat je vitamine D of calcium is, maar ook wat dat in jouw situatie kan betekenen. Voor de botdichtheid zelf blijft een DEXA-scan via de huisarts of specialist nodig.
Veelgestelde vragen
Kun je botontkalking met een bloedtest vaststellen?
Nee. Osteoporose stel je vast met een botdichtheidsmeting (DEXA-scan), niet met bloed. Een bloedtest laat wel zien of bouwstenen zoals vitamine D en calcium op orde zijn, wat iets zegt over je risico.
Hoeveel botdichtheid verlies je na de menopauze?
Dat verschilt per persoon. In de eerste jaren na de menopauze kan het verlies oplopen tot ongeveer 20% (Santoro, 2016). Daarna vlakt het meestal wat af. Je risico hangt af van meer factoren dan alleen de menopauze.
Wanneer is een botdichtheidsmeting zinvol?
Dat hangt af van je risicoprofiel. Heb je meerdere risicofactoren of een eerdere breuk, dan kan je huisarts een meting overwegen. De NHG-Standaard Fractuurpreventie helpt artsen die afweging te maken.
Bronnen
- Santoro N. Perimenopause: From Research to Practice. J Womens Health (Larchmt). 2016;25(4):332-339.
- NHG-Standaard Fractuurpreventie. Nederlands Huisartsen Genootschap. Beschikbaar via nhg.org.
- Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag, Gezondheidsraad.
- Thuisarts.nl. Ik wil botontkalking (osteoporose) voorkomen. Beschikbaar via thuisarts.nl.
Elk bloedtestresultaat via Lunara bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Voor behandelbeslissingen bespreek je je resultaten met je huisarts.
Tags
Auteur