Auto-immuunziekten treffen ongeveer acht procent van de bevolking. Van die groep is 78 procent vrouw (PMID 18688037). Dat is geen klein verschil in de marge, dat is een scheefheid die je hele risicoprofiel verandert.
En toch loopt de gemiddelde vrouw jaren rond met vage klachten voordat iemand die kant op kijkt. Dat komt door de aard van de symptomen: moe, stijf, wisselend, nooit één ding tegelijk. Precies de klachten die makkelijk op stress of de overgang worden geschoven.
Wat is een auto-immuunziekte?
Bij een auto-immuunziekte richt je afweer zich op je eigen weefsel. Het systeem dat bacteriën hoort op te ruimen, ziet je schildklier, je gewrichten of je darmwand aan voor een indringer. Het gevolg is ontsteking die niet vanzelf ophoudt, omdat de "vijand" nooit weggaat.
Er bestaan meer dan tachtig van deze aandoeningen. In Nederland zijn de bekendste Hashimoto en Graves (schildklier), reumatoïde artritis (gewrichten), coeliakie (darm), type 1 diabetes en lupus. Ze verschillen enorm, maar delen één mechanisme.
Welke symptomen komen het vaakst voor?
De klachten die auto-immuunziekten delen zijn juist de klachten die nergens specifiek voor zijn. Dat is de kern van het probleem. Moeheid, gewrichtspijn, huidklachten en een licht verhoogde temperatuur passen bij tientallen dingen, en meestal is het inderdaad iets anders.
Toch is er een patroon dat de moeite van het opmerken waard is:
- Moeheid die niet overgaat met slaap en niet past bij je activiteit.
- Gewrichtspijn of stijfheid, vaak links en rechts tegelijk.
- Klachten die komen en gaan in periodes van weken, met echt goede tussenpozen.
- Huid die reageert: uitslag, haaruitval, extreem droge ogen of mond.
- Darmklachten die niet weggaan, of onverklaard gewichtsverlies.
- Een bezinking die verhoogd blijft terwijl je CRP normaal is.
Die laatste is de meest concrete. Een chronisch verhoogde BSE waarde met een normale CRP past bij traag lopende ontsteking. Dat is precies het profiel van een auto-immuunproces.
Waarom krijgen vrouwen vaker een auto-immuunziekte?
Het eerlijke antwoord is dat we het niet helemaal weten. Lang werd naar hormonen gewezen, en oestrogeen speelt zeker een rol, maar dat verklaart de scheefheid niet volledig. De laatste jaren is de aandacht verschoven naar het X-chromosoom zelf.
Vrouwen hebben twee X-chromosomen en schakelen er één uit met een RNA-molecuul dat XIST heet. Dat molecuul vormt samen met eiwitten een complex waartegen het afweersysteem antistoffen kan gaan maken. Onderzoekers zien daarin een mogelijke verklaring voor de vrouwelijke oververtegenwoordiging bij ziekten als lupus (PMID 39375734).
Het is nog geen afgeronde zaak. Maar het verklaart wel waarom de scheefheid al vóór de puberteit begint. Met alleen hormonen krijg je dat lastig rond.
Welke antistof hoort bij welk vermoeden?
Er bestaat geen algemene auto-immuuntest. Wat er wel is, zijn antistoffen die bij een specifiek vermoeden passen. Ze zijn alleen zinvol als er een klinisch verhaal onder ligt. Blind alles laten prikken levert vooral verwarring op.
| Antistof | Vermoeden | Wat het meet |
|---|---|---|
| Anti-TPO | Hashimoto, schildklier | Antistoffen tegen schildklierenzym |
| Anti-TG | Schildklier | Antistoffen tegen thyreoglobuline |
| Anti-TTG en endomysium IgA | Coeliakie | Reactie op gluten in je darmwand |
| Anti-CCP en reumafactor | Reumatoïde artritis | Antistoffen bij gewrichtsontsteking |
| ANA | Lupus en verwante ziekten | Antistoffen tegen celkernen |
| CRP en BSE | Ontsteking algemeen | Of er überhaupt iets speelt |
Stel: twee vrouwen van 39, allebei moe en allebei met een BSE van 34 mm/uur. De een heeft daarbij een trage schildklier en positieve anti-TPO. De ander heeft darmklachten en een positieve anti-TTG. Dezelfde moeheid, dezelfde bezinking, twee totaal verschillende ziektes.
Dat is waarom de vraag "welke test moet ik doen" nooit los van je klachten te beantwoorden is.
Komt coeliakie ook vaker voor bij vrouwen?
Ja. In een wereldwijde meta-analyse lag de prevalentie van coeliakie op 1,4 procent op basis van bloedonderzoek, en vrouwen kwamen er duidelijk vaker uit dan mannen: 0,6 tegen 0,4 procent (PMID 29551598). Coeliakie is een auto-immuunziekte, geen allergie, en dat onderscheid bepaalt hoe je test.
Er zit één grote valkuil in die test, en die kost mensen jaren. Ga je alvast glutenvrij eten voordat je bloed geprikt wordt, dan zakken je antistoffen en wordt de uitslag vals negatief. Hoe dat precies zit, staat in het artikel over de glutenintolerantie test bij coeliakie.
Wat kun je laten testen?
Twee auto-immuunprofielen kun je bij Lunara zelf laten meten. Voor je schildklier is er Schildklier Compleet, met naast TSH en vrije T4 ook anti-TPO. Voor coeliakie is er het coeliakie onderzoek met anti-TTG en endomysium IgA.
Voor een eerste indruk of er überhaupt ontsteking meetbaar is, kun je CRP en BSE los kiezen via je eigen bloedtest samenstellen. ANA, anti-CCP en reumafactor lopen via je huisarts, omdat ze pas betekenis krijgen na lichamelijk onderzoek.
Mijn advies blijft simpel: ga niet op eigen houtje een waslijst antistoffen prikken. Kies wat past bij je klachten, en neem de uitslag mee naar je huisarts. Thuisarts en het NHG kijken bij auto-immuunklachten altijd naar het geheel, en dat werkt in de praktijk beter dan een los positief getal.
Bronnen
- Fairweather D, Frisancho-Kiss S, Rose NR. Sex differences in autoimmune disease from a pathological perspective. Am J Pathol. 2008;173(3):600-609. PMID 18688037.
- Vieira AA, et al. Female-bias in systemic lupus erythematosus: how much is the X chromosome to blame? Biol Sex Differ. 2024. PMID 39375734.
- Singh P, Arora A, Strand TA, et al. Global prevalence of celiac disease: systematic review and meta-analysis. Clin Gastroenterol Hepatol. 2018;16(6):823-836. PMID 29551598.
- NHG en Thuisarts. Informatie over auto-immuunziekten en bloedonderzoek. Beschikbaar via thuisarts.nl.
Elk bloedtestresultaat bij Lunara bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.
Auteur