IVF betekent in-vitrofertilisatie, letterlijk bevruchting in glas. Je eicellen en zaadcellen komen samen in het lab, en het embryo dat daaruit groeit gaat terug naar je baarmoeder. Eén ronde duurt ongeveer acht weken, van de eerste hormooninjectie tot de zwangerschapstest.
Wat mij opvalt aan bijna alles wat je online over IVF leest: het gaat altijd over de behandeling. De stimulatie, de punctie, de terugplaatsing. Over het bloedonderzoek dat er allemaal aan voorafgaat, staat vrijwel niets.
Dat vind ik gek, want dat is nou net het deel waar jij iets aan hebt voordat je überhaupt in een wachtkamer zit.
Hieronder lees je wat IVF is, hoe het traject loopt, welke bloedwaarden er vooraf gecheckt worden, en waarom je op rodehond en CMV wordt getest. Die laatste vraag stelt bijna niemand, terwijl het antwoord meteen duidelijk maakt waar die hele infectiescreening voor dient.
Wat is IVF precies?
Bij IVF haalt de kliniek meerdere eicellen uit je eierstokken en brengt die in het lab samen met zaadcellen. De bevruchting gebeurt buiten je lichaam, in een schaaltje. Groeit er een embryo uit, dan plaatst de arts dat terug in je baarmoeder. IVF vervangt dus de bevruchting, niet de zwangerschap.
Het verschil met een gewone cyclus zit in de aantallen. Normaal rijpt er één eicel per maand. Bij IVF krijg je hormonen zodat er meerdere follikels tegelijk groeien, waardoor de kans stijgt dat er een bruikbaar embryo tussen zit.
De techniek is ouder dan je denkt. Het eerste IVF-kind werd geboren in 1978. Ruim veertig jaar later is het routine, geen experiment.
Hoe verloopt een IVF-traject stap voor stap?
Een IVF-ronde bestaat uit zes stappen en duurt ongeveer acht weken. Je begint met voorbereiding en hormoonstimulatie. Daarna volgt de punctie, waarbij de rijpe eicellen worden opgezogen. In het lab vindt de bevruchting plaats, een paar dagen later gaat een embryo terug, en na twee weken doe je een zwangerschapstest.
- Voorbereiding. Vaak start je met de pil, zodat je cyclus te plannen is.
- Hormoonstimulatie. Tien tot veertien dagen dagelijks injecteren, zodat meerdere follikels groeien.
- Punctie. Via de vaginawand worden de rijpe eicellen met een dunne naald opgezogen.
- Bevruchting in het lab. Eicel en zaadcellen gaan samen in een schaaltje (IVF), of één zaadcel wordt ingespoten (ICSI).
- Terugplaatsing. Twee tot vijf dagen later gaat er meestal één embryo terug.
- De wachttijd. Ongeveer twee weken tot de test. Dat is het zwaarste stuk, hoor ik het vaakst.
Tijdens de stimulatie kom je regelmatig langs voor echo's en bloedprikken. Je oestradiol laat zien hoe hard je follikels groeien, en dat bepaalt mede wanneer de punctie wordt gepland. Hoe die dag er precies uitziet, staat in ons artikel over de IVF punctie.
Welke bloedwaarden worden er vóór IVF getest?
Vóór een IVF-traject kijkt de kliniek naar drie dingen: hoeveel eicellen je nog in reserve hebt, of je schildklier en voedingsstatus in orde zijn, en of je immuun bent voor een aantal infecties. Bij elkaar zijn dat al snel achttien tot zesentwintig bloedwaarden.
| Blok | Bloedwaarden | Waar de kliniek naar zoekt |
|---|---|---|
| Ovariële reserve en hormonen | AMH, FSH, LH, oestradiol (E2), progesteron, prolactine | Een indruk van hoeveel eicellen er nog klaarliggen en hoe je eierstokken op stimulatie kunnen reageren |
| Schildklier en voedingsstatus | TSH, vrij T4, anti-TPO, vitamine D, vitamine B12, foliumzuur, ferritine | Of er iets meespeelt dat met een zwangerschap te maken heeft en dat vaak eenvoudig te volgen is |
| Infectieserologie | HIV, HBsAg, anti-HBc, anti-HCV, syfilis, chlamydia IgG, rubella IgG, toxoplasmose IgG, CMV IgG, varicella zoster | Of je immuun of drager bent, met het oog op risico's tijdens een zwangerschap en veiligheid in het lab |
| Basisgegevens | Bloedgroep en rhesusfactor, D-dimeer, volledig bloedbeeld | Gegevens die bij een zwangerschap sowieso nodig zijn |
Dit is precies de opbouw van ons IVF-bloedonderzoek met achttien waarden en de complete variant met zesentwintig. Niet omdat wij iets slims hebben bedacht, maar omdat fertiliteitsklinieken ongeveer deze set aanhouden.
Je kliniek bepaalt wat er in jouw situatie zinvol is. Wij leveren de waarden, met een beoordeling door een arts erbij.
Waarom test de kliniek je op rubella, CMV en toxoplasmose?
Omdat die infecties tijdens een zwangerschap schade aan een baby kunnen geven, en omdat je dat liever vooraf weet dan achteraf. De test kijkt of je ooit besmet bent geweest en dus antistoffen hebt aangemaakt. Ben je niet immuun, dan weet je dat je extra alert mag zijn.
Rubella, oftewel rodehond, is het duidelijkste voorbeeld. Een rubella-infectie vroeg in de zwangerschap kan leiden tot aangeboren afwijkingen aan hart, ogen en gehoor. In een klassiek Brits onderzoek raakte meer dan tachtig procent van de baby's besmet als de moeder in de eerste twaalf weken rodehond kreeg, en elk kind dat vóór week elf besmet raakte had afwijkingen (PMID 6126663).
Het RIVM houdt de immuniteit in Nederland daarom hoog via de BMR-prik in het Rijksvaccinatieprogramma. Ben je gevaccineerd, dan zie je dat terug als een positieve rubella IgG.
Voor CMV en toxoplasmose bestaat geen vaccin. Daar gaat het dus niet om prikken, maar om weten. Bij CMV is het verschil groot: na een eerste infectie tijdens de zwangerschap raakt ongeveer 32 procent van de baby's besmet, tegen 1,4 procent bij een eerder doorgemaakte infectie (PMID 17579921).
Bij toxoplasmose speelt de timing mee. De kans op overdracht stijgt van zo'n 6 procent rond week dertien naar 72 procent rond week zesendertig, terwijl juist een vroege infectie de meeste schade kan geven (PMID 10359407). Ben je al immuun, dan is die zorg grotendeels van tafel. Ben je dat niet, dan zijn rauw vlees en de kattenbak ineens een reëel aandachtspunt.
En dat is precies wat ik zo jammer vind aan de meeste uitleg over IVF. Die screening wordt afgedaan als een formaliteit op een aanvraagformulier. Terwijl de uitslag je gedrag in een zwangerschap echt kan veranderen.
Wat zegt je AMH over het aantal eicellen?
AMH is een hormoon dat je kleine follikels aanmaken. Hoe hoger je AMH, hoe meer eicellen er doorgaans klaarliggen om op stimulatie te reageren. Het voorspelt dus vooral de oogst van de punctie, en veel minder goed of je zwanger wordt. Dat onderscheid raakt in bijna elk gesprek zoek.
Stel, twee vrouwen van 34. De één heeft een AMH van 3,5 ng/ml, de ander 0,8. Bij de punctie levert de eerste waarschijnlijk meer eicellen op. Toch kan de tweede prima zwanger worden, want voor een zwangerschap heb je er maar één nodig die het doet.
AMH is een hoeveelheidsmaat, geen kwaliteitsmaat. Je leeftijd zegt meer over de kwaliteit van je eicellen dan je AMH.
Een grote review van 42 studies vond dat AMH en de antrale follikeltelling de reactie op stimulatie ongeveer even goed voorspellen (PMID 37370145). AMH is dus niet magisch, het is gewoon makkelijker te prikken dan een echo te maken.
Wil je je eigen waarde in context zien, dan hebben we een apart artikel over de AMH waarde per leeftijd. Je kunt AMH ook los laten meten.
Hoe groot is de slagingskans van IVF?
Dat hangt vooral van je leeftijd af, en van hoeveel pogingen je doet. In een Britse studie onder bijna 157.000 vrouwen leidde de eerste IVF-poging met eigen eicellen bij vrouwen onder de 40 in 32,3 procent van de gevallen tot een levendgeborene. Tussen 40 en 42 was dat 12,3 procent (PMID 26717030).
Eén cijfer voor "de slagingskans van IVF" bestaat dus niet. Wie je dat wel geeft, laat iets weg.
Belangrijker nog: de kans stapelt zich op. Na zes complete pogingen kwam de cumulatieve kans bij vrouwen onder de 40 uit op 68,4 procent. Een tweede studie onder bijna 179.000 vrouwen vond na drie complete cycli een cumulatieve kans tussen de 42,3 en 57,1 procent, afhankelijk van hoe je uitvallers meetelt (PMID 26783243).
Dat verschil tussen die twee percentages is geen detail, en klinieken citeren er nogal eens selectief uit. We leggen het uit in ons artikel over de IVF slagingskans per leeftijd en per poging.
IVF of ICSI: wanneer kiest de kliniek wat?
ICSI is geen andere behandeling, het is een andere handeling in het lab. Bij IVF laat je eicel en zaadcellen zelf hun werk doen in een schaaltje. Bij ICSI spuit een embryoloog één zaadcel rechtstreeks in de eicel. De stimulatie, de punctie en de terugplaatsing zijn identiek.
ICSI is bedacht voor situaties waarin de zaadkwaliteit tegenvalt. Toch wordt het ook vaak gebruikt als daar geen sprake van is. Een Cochrane-review uit 2023 vond bij stellen zonder mannelijke factor geen aangetoond voordeel van ICSI op de kans op een levendgeborene, met een lage zekerheid van bewijs (PMID 37581383).
Dat is precies het soort nuance dat zelden aan een keukentafel belandt. Het volledige verschil staat in ons artikel over IVF of ICSI.
Wat zijn de nadelen van IVF?
IVF is fysiek en emotioneel zwaar. Je spuit jezelf wekenlang, je komt vaak langs voor controles, en de uitkomst blijft onzeker. Daarnaast bestaat er een kans op overstimulatie van je eierstokken, het OHSS-syndroom. Dat is de reden dat je zo nauw gemonitord wordt.
Hoe vaak dat gebeurt, weten we redelijk precies. In een Deens register met 186.168 gestimuleerde cycli leidde ongeveer 1,2 procent tot een ziekenhuisopname vanwege ernstige OHSS (PMID 33543701).
OHSS komt vaker voor bij vrouwen met een hoog AMH of met PCOS, juist omdat hun eierstokken heftig op stimulatie reageren. Klinieken passen de dosis daar tegenwoordig op aan. Zie je AMH dus niet als een score, maar als informatie waarmee je stimulatie veiliger kan worden.
Ook eerlijk: het traject vraagt veel van een relatie en van je agenda. Dat mag gezegd worden, want het staat zelden in de folder.
Wat kost IVF en wat wordt vergoed?
In Nederland wordt een deel van de IVF-behandelingen vanuit de basisverzekering vergoed, en betaal je daarnaast zelf mee via je eigen risico. Hoeveel pogingen er precies onder vallen en wat er buiten valt, hangt af van je polis en van het jaar. Je zorgverzekeraar is daarin je enige betrouwbare bron.
Wat vrijwel niemand erbij vertelt: het aantal vergoede pogingen doet er zo veel toe omdat de kans zich juist over meerdere pogingen opbouwt. Dat maakt het geen boekhoudkundig detail, maar een medisch relevante grens. We werken het uit in het artikel over IVF kosten en vergoeding.
Wanneer komt IUI eerst?
IUI staat voor intra-uteriene inseminatie. Er wordt gewassen zaad rechtstreeks in je baarmoeder gebracht, rond het moment dat je een eisprong hebt. Er komt geen punctie aan te pas en er wordt niets in een lab bevrucht. Het verkort alleen de reis van de zaadcel.
Daarom werkt IUI alleen als je eileiders open zijn en je daadwerkelijk een eisprong hebt. Zijn die twee voorwaarden niet vervuld, dan helpt IUI niet, hoe vaak je het ook probeert. In ons artikel over de IUI behandeling lees je waar die trap vandaan komt.
Wat kun je zelf al laten testen terwijl je wacht?
Wachtlijsten voor een fertiliteitskliniek lopen in Nederland op tot maanden. In die tijd kun je de waarden laten meten die de kliniek toch gaat opvragen: je hormoonstatus, je schildklier, je vitamine D en je ferritine. Dan zit je die maanden niet stil.
Ik zeg er meteen bij dat dit niets vervangt. De kliniek doet haar eigen onderzoek en bepaalt haar eigen beleid. Maar met een uitslag in je hand voer je een ander gesprek dan met een lege map.
De schildklier is daarbij het meest onderschatte blok. Een meta-analyse onder 4.876 vrouwen vond dat schildklierautoimmuniteit samenhangt met een lagere kans op een levendgeborene en een hogere kans op een miskraam bij IVF (PMID 27323769). De auteurs waarschuwen er zelf nadrukkelijk bij dat samenhang geen oorzaak is, en behandeling met schildklierhormoon heeft in onderzoek geen aangetoonde winst op levendgeborenen laten zien. Toch is het een waarde die je gewoon kunt laten meten, samen met TSH.
Praktisch: het IVF-bloedonderzoek dekt het hormoonblok en de infectieserologie. De complete versie voegt schildklier en voedingsstatus toe. Weet je nog niet of je al zo ver bent, dan is de vruchtbaarheidstest met AMH, FSH, LH en oestradiol een rustiger begin.
Bel daarna je huisarts of je kliniek en leg je uitslagen naast elkaar. Zij wegen wat het in jouw situatie betekent. Thuisarts en het NHG hanteren als startpunt dat er sprake is van subfertiliteit na een jaar onbeschermde gemeenschap zonder zwangerschap, en dat gesprek begint dus meestal bij je huisarts.
Bronnen
- Smith ADAC, Tilling K, Nelson SM, Lawlor DA. Live-birth rate associated with repeat in vitro fertilization treatment cycles. JAMA. 2015;314(24):2654-2662. PMID 26717030.
- McLernon DJ, Maheshwari A, Lee AJ, Bhattacharya S. Cumulative live birth rates after one or more complete cycles of IVF: a population-based study of linked cycle data from 178,898 women. Hum Reprod. 2016;31(3):572-581. PMID 26783243.
- Liu Y, Pan Z, Wu Y, Song J, Chen J. Comparison of anti-Müllerian hormone and antral follicle count in the prediction of ovarian response: a systematic review and meta-analysis. J Ovarian Res. 2023. PMID 37370145.
- Cutting E, Horta F, Dang V, van Rumste MME, Mol BWJ. Intracytoplasmic sperm injection versus conventional in vitro fertilisation in couples with males presenting with normal total sperm count and motility. Cochrane Database Syst Rev. 2023;8(8):CD001301. PMID 37581383.
- Tomás C, Colmorn L, Rasmussen S, Lidegaard Ø, Pinborg A, Nyboe Andersen A. Annual incidence of severe ovarian hyperstimulation syndrome. Dan Med J. 2021. PMID 33543701.
- Busnelli A, Paffoni A, Fedele L, Somigliana E. The impact of thyroid autoimmunity on IVF/ICSI outcome: a systematic review and meta-analysis. Hum Reprod Update. 2016;22(6):775-790. PMID 27323769.
- Miller E, Cradock-Watson JE, Pollock TM. Consequences of confirmed maternal rubella at successive stages of pregnancy. Lancet. 1982;2(8302):781-784. PMID 6126663.
- Kenneson A, Cannon MJ. Review and meta-analysis of the epidemiology of congenital cytomegalovirus infection. Rev Med Virol. 2007;17(4):253-276. PMID 17579921.
- Dunn D, Wallon M, Peyron F, Petersen E, Peckham C, Gilbert R. Mother-to-child transmission of toxoplasmosis: risk estimates for clinical counselling. Lancet. 1999;353(9167):1829-1833. PMID 10359407.
- RIVM. Informatie over rodehond (rubella) en het Rijksvaccinatieprogramma. Beschikbaar via rivm.nl.
- NHG en Thuisarts. Informatie over subfertiliteit en vruchtbaarheidsonderzoek. Beschikbaar via thuisarts.nl.
Elk bloedtestresultaat bij Lunara bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.
Auteur