Je hoort in de kliniek dat het ICSI wordt. Niemand legt uit waarom. Je knikt, je loopt naar buiten, en thuis ga je zoeken.
Dan mis je meestal het stuk dat er echt toe doet. ICSI is geen andere behandeling dan IVF. Het is een labtechniek binnen IVF.
Dezelfde hormoonstimulatie, dezelfde punctie, dezelfde terugplaatsing. Het verschil zit in het schaaltje.
Mijn positie, en die verdedig ik hieronder: die keuze verdient uitleg, geen schrik. Bij stellen zonder mannelijke factor is er voor ICSI geen aangetoond voordeel.
Wat is het verschil tussen IVF en ICSI?
Bij klassieke IVF worden je eicel en duizenden zaadcellen samen in een schaaltje gelegd. De bevruchting gebeurt vanzelf. Bij ICSI kiest de embryoloog een enkele zaadcel en spuit die met een dunne naald rechtstreeks in de eicel. Alle stappen eromheen blijven gelijk.
Bij IVF doet de zaadcel dus zelf het werk. Hij moet door de buitenlaag van de eicel heen komen. Bij ICSI neemt de embryoloog dat werk over.
Voor jouw lichaam verandert er niets. Je prikt dezelfde medicatie. Je gaat naar dezelfde punctie. Het embryo komt op dezelfde manier terug.
De hele route staat uitgelegd in wat is ivf en hoe ziet het traject eruit.
IVF en ICSI naast elkaar
Een tabel zegt hier meer dan een verhaal. Let vooral op de rijen die gelijk zijn.
| Onderdeel | Klassieke IVF | ICSI |
|---|---|---|
| Hormoonstimulatie | Gelijk | Gelijk |
| Punctie (eicellen ophalen) | Gelijk | Gelijk |
| Bevruchting in het lab | Zaadcellen rond de eicel | Een zaadcel in de eicel |
| Zaadcellen nodig | Tienduizenden | Een handvol |
| Terugplaatsing | Gelijk | Gelijk |
| Belasting voor jou | Gelijk | Gelijk |
| Typische reden | Geen mannelijke factor | Weinig of traag zaad |
| Kosten in het lab | Lager | Hoger |
Vier van de acht regels zijn letterlijk gelijk. Jouw lichaam merkt van de keuze dus weinig.
Het lab merkt er wel iets van. Daar zit ook precies de discussie.
Wanneer kiest de kliniek voor ICSI?
ICSI is bedacht voor een mannelijke factor. Weinig zaadcellen, trage beweging, een afwijkende vorm, of zaad dat via een ingreep is opgehaald. Ook na een eerdere poging waarbij geen enkele eicel bevrucht raakte, kiezen klinieken vaak ICSI. De arts weegt jullie eigen uitslagen, niet een algemene regel.
In de praktijk zie je deze redenen terug:
- Een laag aantal zaadcellen of weinig beweeglijke zaadcellen.
- Zaad dat chirurgisch is opgehaald.
- Een eerdere IVF-poging zonder bevruchting.
- Weinig eicellen, waardoor de kliniek geen kans wil laten liggen.
- Eicellen die zijn ingevroren en weer ontdooid.
Die laatste twee zijn interessant. Daar is geen mannelijke factor. Daar wordt ICSI gekozen uit voorzichtigheid.
Voor een deel van de stellen komt IUI trouwens eerst. Pas als dat niet lukt, volgt IVF of ICSI.
Waarom ICSI zonder mannelijke factor geen aangetoond voordeel geeft
Hier wordt het ongemakkelijk. ICSI wordt vaak ingezet zonder dat er een mannelijke factor is. Cochrane bekeek precies die groep: stellen met een normaal zaadaantal en een normale beweeglijkheid. De kans op een levend geboren kind lag niet aantoonbaar hoger met ICSI. De zekerheid van dat bewijs is laag, dus dit is geen bewijs van gelijkwaardigheid.
De cijfers: een risicoverhouding van 1,11 voor levendgeborenen, met een betrouwbaarheidsinterval van 0,94 tot 1,30 (PMID 37581383). Dat interval loopt dwars door de 1 heen. Het gaat om twee studies en 1.124 stellen. Dat is weinig.
Zeg het dus zorgvuldig. Geen aangetoond voordeel betekent niet dat beide technieken gelijk zijn. Het betekent vooral: we weten het nog niet goed genoeg.
Waarom gebeurt het dan toch zo vaak? Deels uit gewoonte. Deels omdat een mislukte bevruchting hard aankomt, en ICSI dat risico lijkt te verkleinen. Dat is menselijk. Het is alleen geen bewijs.
Overigens spreekt de NHG-standaard Subfertiliteit pas van subfertiliteit na twaalf maanden onbeschermde gemeenschap zonder zwangerschap. Thuisarts hanteert diezelfde grens.
Wat kunnen je bloedwaarden hierover zeggen?
Weinig, over de keuze tussen IVF en ICSI. Die keuze gaat vooral over het zaad en over eerdere bevruchting. Wat je bloed wel laat zien, is hoe jouw eierstokken waarschijnlijk op de stimulatie reageren. Daar kijken klinieken naar met AMH, FSH en oestradiol, meestal samen met een echo.
AMH geeft een schatting van je eicelvoorraad. De antrale follikeltelling doet dat met een echo. Een meta-analyse vergeleek beide voor het voorspellen van de ovariele respons en vond geen duidelijk verschil in voorspellende waarde (PMID 37370145). Ze vullen elkaar aan.
Wil je weten wat er precies gemeten wordt, lees dan verder over AMH, FSH en oestradiol. Wat een AMH-uitslag zegt voor jouw leeftijd, staat in het artikel over de AMH waarde per leeftijd.
Wij zijn een lab, geen kliniek. Wij meten, de kliniek beslist.
Wat betekent de keuze voor je slagingskans?
Minder dan je misschien vreest, en dat is goed nieuws. Je kans hangt vooral samen met je leeftijd, met het aantal eicellen en met het aantal pogingen. Een groot cohort van bijna 157.000 vrouwen vond een levendgeboortekans van 32,3 procent in de eerste cyclus onder de veertig.
Bij vrouwen van 40 tot 42 jaar lag die kans in dezelfde studie op 12,3 procent bij de eerste poging (PMID 26717030). Na meerdere pogingen liep de cumulatieve kans verder op. Dat is de kern van dat onderzoek.
Stel, twee stellen krijgen allebei 8 eicellen bij de punctie. Bij het ene stel doet de kliniek klassieke IVF. Bij het andere wordt het ICSI, vanwege een laag zaadaantal.
Hun kans wordt vooral bepaald door die eicellen en door hun leeftijd. Niet door de techniek in het schaaltje.
Wat je kans per poging verder beinvloedt, staat in ivf slagingskans per poging.
Wat ik zou vragen in de spreekkamer
Ik zou geen discussie beginnen over de techniek zelf. Ik zou om de reden vragen. Vraag welke bevinding bij jullie de doorslag gaf: het zaadbeeld, een eerdere poging, of gewoon het beleid van de kliniek. Vraag ook wat het lab van de bevruchting verwacht. Een goed antwoord kost twee minuten.
Ik vind eerlijkheid hier prettiger dan geruststelling. ICSI is geen upgrade. Het is een oplossing voor een specifiek probleem.
Hebben jullie geen mannelijke factor, dan mag je vragen waarom er toch geinjecteerd wordt. Dat is een redelijke vraag, geen wantrouwen. Een goede kliniek legt dat rustig uit.
Ga je binnenkort starten? Kijk dan eerst welke hormoonwaarden de kliniek al van je heeft. Ontbreken ze, dan kun je ze zelf laten meten met het ivf bloedonderzoek of het uitgebreidere ivf bloedonderzoek compleet. Sta je nog aan het begin van je kinderwens, dan kan de vruchtbaarheidstest een rustiger startpunt zijn.
Bronnen
- Cutting E, Horta F, Dang V, van Rumste MME, Mol BWJ. Intracytoplasmic sperm injection versus conventional in vitro fertilisation in couples with males presenting with normal total sperm count and motility. Cochrane Database Syst Rev. 2023;8(8):CD001301. PMID 37581383.
- Smith ADAC, Tilling K, Nelson SM, Lawlor DA. Live-Birth Rate Associated With Repeat In Vitro Fertilization Treatment Cycles. JAMA. 2015;314(24):2654-2662. PMID 26717030.
- Liu Y, Pan Z, Wu Y, Song J, Chen J. Comparison of anti-Mullerian hormone and antral follicle count in the prediction of ovarian response: a systematic review and meta-analysis. J Ovarian Res. 2023. PMID 37370145.
- NHG en Thuisarts. NHG-standaard Subfertiliteit en publieksinformatie over vruchtbaarheidsonderzoek. Beschikbaar via thuisarts.nl.
Elk bloedtestresultaat bij Lunara bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.
Auteur