Er zijn grofweg 8 soorten anticonceptiepil, en het verschil tussen die soorten zit in twee dingen: welk progestageen erin zit en hoeveel oestrogeen. Die twee bepalen samen je bloedingspatroon, welke bijwerkingen je kunt merken en hoe hoog je tromboserisico ligt. Hieronder staan de acht types op een rij, met de werkzame stoffen, de dosering en waarvoor ze meestal worden voorgeschreven.
Dit overzicht is bedoeld om het gesprek met je huisarts of gynaecoloog voor te bereiden, niet om er zelf een keuze uit te maken. Welke pil passend is, hangt af van je klachten, je medische voorgeschiedenis en je persoonlijke risico op trombose.
De 8 soorten anticonceptiepil in één overzicht
| # | Soort | Bekende merknamen | Oestrogeen | Progestageen | Vaak gekozen bij |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Tweede generatie, standaarddosis | Microgynon 30, Stediril 30 | 30 mcg ethinylestradiol | 150 mcg levonorgestrel | Eerste keuze bij starten |
| 2 | Tweede generatie, lage dosis | Microgynon 20, Lovette | 20 mcg ethinylestradiol | 100 mcg levonorgestrel | Gevoeligheid voor oestrogeen |
| 3 | Derde generatie met desogestrel | Marvelon, Mercilon | 20 tot 30 mcg | 150 mcg desogestrel | Acne, overgevoelige huid |
| 4 | Derde generatie met gestodeen | Femodeen, Harmonet | 20 tot 30 mcg | 75 mcg gestodeen | Onregelmatig bloeden |
| 5 | Vierde generatie met drospirenon | Yasmin, Yaz | 20 tot 30 mcg | 3 mg drospirenon | Vocht vasthouden, acne |
| 6 | Anti-androgene pil | Diane 35 | 35 mcg ethinylestradiol | 2 mg cyproteronacetaat | Hardnekkige acne, overbeharing |
| 7 | Minipil, zonder oestrogeen | Cerazette, Desogestrel | Geen | 75 mcg desogestrel | Borstvoeding, migraine met aura |
| 8 | Pil met natuurlijk oestrogeen | Qlaira, Zoely | Estradiol(valeraat) | Dienogest of nomegestrol | Hevige menstruatie |
De doseringen komen uit de bijsluiters en het Farmacotherapeutisch Kompas. Merknamen en beschikbaarheid kunnen per apotheek verschillen, en veel pillen zijn er ook als generieke variant met dezelfde samenstelling.
1. Tweede-generatiepil met levonorgestrel (30 microgram)
Dit is de pil waar in Nederland meestal mee wordt begonnen. Hij bevat 30 microgram ethinylestradiol en 150 microgram levonorgestrel, een progestageen van de tweede generatie. Van alle gecombineerde pillen is het tromboserisico bij levonorgestrel het laagst gemeten.
Levonorgestrel heeft een licht androgeen profiel. Bij een deel van de vrouwen betekent dat een iets vettere huid of meer acne dan bij een derde- of vierde-generatiepil. Daar staat een voorspelbaar bloedingspatroon tegenover.
2. Tweede-generatiepil met lage dosis (20 microgram)
Dezelfde stof, minder oestrogeen: 20 microgram ethinylestradiol met 100 microgram levonorgestrel. Deze variant wordt vaak gekozen door vrouwen die op de standaarddosis last hadden van gevoelige borsten, misselijkheid of hoofdpijn.
Het aandachtspunt is het spiegelbeeld ervan. Met minder oestrogeen komt tussentijds bloedverlies wat vaker voor, vooral in de eerste drie maanden. Dat verdwijnt bij veel vrouwen weer als het lichaam went.
3. Derde-generatiepil met desogestrel
Desogestrel is minder androgeen dan levonorgestrel. Deze pillen worden daarom vaker gekozen als acne, vette huid of overbeharing een rol spelen. De oestrogeendosering ligt op 20 of 30 microgram, afhankelijk van de variant.
De keerzijde staat in de cijfers verderop: bij desogestrel ligt het tromboserisico ongeveer twee keer zo hoog als bij levonorgestrel. Dat is een van de redenen dat er meestal niet mee wordt gestart.
4. Derde-generatiepil met gestodeen
Gestodeen zit in dezelfde generatie als desogestrel en heeft een vergelijkbaar profiel: weinig androgene werking, en een tromboserisico dat hoger ligt dan bij levonorgestrel. De dosering gestodeen is laag, 75 microgram, gecombineerd met 20 of 30 microgram ethinylestradiol.
Gestodeen wordt in de praktijk vaak ingezet bij vrouwen die op een andere pil onregelmatig bleven bloeden, omdat het cyclusbeheersing bij een deel van hen stabieler maakt.
5. Vierde-generatiepil met drospirenon
Drospirenon is het progestageen in Yasmin en Yaz. Het is verwant aan spironolacton en heeft een licht vochtafdrijvende en anti-androgene werking. Vrouwen kiezen deze pil daarom vaak vanwege acne of het gevoel vocht vast te houden.
Het tromboserisico ligt in dezelfde band als bij de derde generatie, dus hoger dan bij levonorgestrel. Drospirenon kan daarnaast het kaliumgehalte licht beïnvloeden, wat relevant is bij nier- of bijnieraandoeningen of bij gebruik van bepaalde bloeddrukmedicatie.
6. Diane 35 met cyproteronacetaat
Diane 35 is strikt genomen geen anticonceptiepil. In Nederland is het geregistreerd als behandeling van androgeenafhankelijke klachten, zoals matige tot ernstige acne en overbeharing, en het remt daarnaast de eisprong. Het bevat 35 microgram ethinylestradiol en 2 mg cyproteronacetaat, een sterk anti-androgeen.
Na een Europese herbeoordeling in 2013 gelden er strengere voorwaarden: het wordt voorgeschreven wanneer andere behandelingen onvoldoende hebben geholpen, en niet samen met een andere hormonale anticonceptie. Het tromboserisico ligt hoger dan bij een levonorgestrelpil.
7. De minipil met desogestrel, zonder oestrogeen
De minipil bevat alleen een progestageen, 75 microgram desogestrel, en geen oestrogeen. Dat maakt hem bruikbaar in situaties waarin oestrogeen liever wordt vermeden, bijvoorbeeld tijdens borstvoeding, bij migraine met aura of bij een verhoogd tromboserisico.
Het bloedingspatroon is het grootste verschil met de gecombineerde pillen. Ongeveer een op de vijf vrouwen menstrueert helemaal niet meer, terwijl een vergelijkbaar deel juist onvoorspelbaar blijft spotten. Er is geen stopweek: je slikt elke dag door.
8. De pil met natuurlijk oestrogeen
Bij Qlaira en Zoely is het synthetische ethinylestradiol vervangen door estradiol of estradiolvaleraat, een vorm die dichter bij het oestrogeen ligt dat je lichaam zelf maakt. Qlaira combineert dat met dienogest, Zoely met nomegestrolacetaat.
Deze pillen worden onder meer gebruikt bij hevig menstrueel bloedverlies. Voor het tromboserisico van deze nieuwere combinaties is minder vergelijkend onderzoek beschikbaar dan voor de oudere generaties, en het Farmacotherapeutisch Kompas noemt het risico daarom niet vastgesteld.
Twee vrouwen, dezelfde klacht, een andere pil
Stel: twee vrouwen van 28 met dezelfde klacht, acne langs de kaaklijn. De een gebruikt Microgynon 30, met 150 microgram levonorgestrel. De ander gebruikt Yasmin, met 3 mg drospirenon. Na zes maanden is de huid van de tweede vrouw duidelijk rustiger, terwijl de eerste nauwelijks verschil ziet.
Dat is geen toeval, en het maakt de ene pil ook niet beter dan de andere. Levonorgestrel is licht androgeen en kan acne bij een deel van de vrouwen juist in stand houden, terwijl drospirenon anti-androgeen werkt. De rekening staat in de cijfers verderop: bij levonorgestrel liggen de trombosecijfers op 5 tot 7 per 10.000 vrouwen per jaar, bij drospirenon op 9 tot 12. De ene vrouw ruilt huid in voor risico, de ander andersom. Precies die afweging maak je samen met je arts, en die valt bij ieder ander uit.
Wat betekenen die generaties eigenlijk?
De generatie van een pil zegt iets over wanneer het progestageen is ontwikkeld en hoe androgeen het is. Tweede generatie betekent levonorgestrel of norethisteron, derde generatie desogestrel of gestodeen, vierde generatie drospirenon. De oestrogeencomponent is bij bijna alle generaties hetzelfde: ethinylestradiol.
Nuttig om te weten: een nieuwere generatie is niet automatisch een verbetering. De latere generaties zijn ontwikkeld om androgene bijwerkingen zoals acne te verminderen, en dat lukt ook, maar het tromboserisico ging daarbij niet omlaag.
Hoe verschilt het tromboserisico per soort?
Het tromboserisico verschilt per progestageen, niet zozeer per merk. De Europese geneesmiddelenautoriteit EMA heeft de gecombineerde pillen in 2014 herbeoordeeld en de cijfers uitgedrukt als het aantal vrouwen per 10.000 dat in een jaar een veneuze trombose krijgt.
| Situatie | Gevallen per 10.000 vrouwen per jaar |
|---|---|
| Geen hormonale anticonceptie, niet zwanger | Ongeveer 2 |
| Levonorgestrel, norgestimaat of norethisteron | 5 tot 7 |
| Etonogestrel of norelgestromin | 6 tot 12 |
| Desogestrel, gestodeen of drospirenon | 9 tot 12 |
| Dienogest, chloormadinon of nomegestrol | Niet vastgesteld |
| Alleen een progestageen, zoals de minipil | Geen aantoonbare verhoging |
Twee dingen zijn hierbij belangrijk. Het absolute risico blijft in alle gevallen klein: ook 12 per 10.000 betekent dat ruim 99,8 procent van de gebruiksters in dat jaar geen trombose krijgt. En het risico is het hoogst in het eerste jaar dat je een pil gebruikt, of wanneer je na een pauze opnieuw begint.
Persoonlijke factoren wegen zwaarder mee dan het verschil tussen twee pillen: roken, overgewicht, een eerdere trombose, een langdurige operatie of een stollingsafwijking in de familie. Je huisarts weegt die mee in het gesprek.
Wat de pil met je hormoonwaarden doet
Een gecombineerde pil onderdrukt je eigen hormoonproductie. Je FSH, LH, oestradiol en progesteron zakken naar lage waarden, en dat is precies wat de pil hoort te doen. Voor een hormoontest heeft dat een praktisch gevolg: waarden die je tijdens pilgebruik meet, zeggen weinig over je eigen cyclus.
Er speelt nog iets. Ethinylestradiol verhoogt je SHBG, het eiwit dat testosteron in je bloed bindt. Meer SHBG betekent minder vrij testosteron. Een testosteronwaarde die tijdens de pil wordt gemeten, kan daardoor laag lijken zonder dat dat iets zegt over je situatie zonder pil.
Daarom kiezen sommige vrouwen ervoor hun hormonen in kaart te brengen voordat ze starten, of enkele maanden na het stoppen met de pil, wanneer de eigen cyclus weer op gang is. Een hormoononderzoek voor vrouwen kan daarbij inzicht geven in een aantal van deze waarden.
Meer over wat hormonale anticonceptie met je hormoonhuishouding doet, lees je in ons overzicht over anticonceptie en je hormonen.
Veelgestelde vragen over soorten anticonceptiepil
Hoeveel soorten anticonceptiepil zijn er?
Er zijn acht hoofdtypes, verdeeld over gecombineerde pillen met oestrogeen en progestageen en de minipil met alleen een progestageen. Binnen die types bestaan tientallen merknamen en generieke varianten, maar de samenstelling valt bijna altijd in een van deze acht groepen.
Wat is het verschil tussen de gewone pil en de minipil?
De gewone pil bevat oestrogeen en een progestageen en heeft meestal een stopweek. De minipil bevat alleen een progestageen, wordt zonder stopweek doorgeslikt en geeft geen aantoonbare verhoging van het tromboserisico. Het bloedingspatroon is bij de minipil vaak onvoorspelbaarder.
Welke anticonceptiepil geeft het minste risico op trombose?
Van de gecombineerde pillen zijn de cijfers voor levonorgestrel het laagst, 5 tot 7 gevallen per 10.000 vrouwen per jaar tegenover 9 tot 12 voor desogestrel, gestodeen en drospirenon. Bij pillen met alleen een progestageen is geen verhoging aangetoond. Je persoonlijke risicofactoren wegen hierin zwaar mee.
Kun je zomaar van pil wisselen?
Wisselen gebeurt in overleg met je arts, omdat de manier waarop je overstapt bepaalt of je beschermd blijft. Na een wissel kan het twee tot drie maanden duren voordat je bloedingspatroon en huid zich hebben ingesteld op de nieuwe samenstelling.
Kun je je hormonen laten testen terwijl je de pil slikt?
Testen kan altijd, maar de uitslag beschrijft dan je situatie onder invloed van de pil en niet je eigen cyclus. FSH, LH, oestradiol en progesteron zijn onderdrukt en je SHBG is verhoogd. Voor een beeld van je eigen hormoonhuishouding is meten voor het starten of enkele maanden na het stoppen informatiever.
Hoe weet ik welke pil bij mij past?
Dat bepaal je samen met je huisarts of gynaecoloog, want het hangt af van je klachten, je leeftijd, of je rookt en of er trombose in de familie voorkomt. Dit overzicht helpt je vooral om gerichter te vragen: welk progestageen zit erin, hoeveel microgram oestrogeen, en waarom juist deze samenstelling bij mijn situatie.
Bronnen
- Lidegaard Ø et al. Risk of venous thromboembolism from use of oral contraceptives containing different progestogens and oestrogen doses: Danish cohort study, 2001-9. BMJ 2011. PMID 22027398
- de Bastos M et al. Combined oral contraceptives: venous thrombosis. Cochrane Database of Systematic Reviews 2014. PMID 24590565
- Lidegaard Ø et al. Hormonal contraception and risk of venous thromboembolism: national follow-up study. BMJ 2009. PMID 19679613
- Zimmerman Y et al. The effect of combined oral contraception on testosterone levels in healthy women: a systematic review and meta-analysis. Human Reproduction Update 2014. PMID 24082040
- Europees Geneesmiddelenbureau (EMA), herbeoordeling gecombineerde hormonale anticonceptiva, 2014, en het Farmacotherapeutisch Kompas
Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.
Auteur
Lunarahealth
Dr. Naimi, BIG-geregistreerde arts, ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen. Lees ons medisch beleid